De Menselijke Geest is louter een fragmentarische manifestatie van Gods oneindige en eeuwige intellect onder het attribuut van het Denken (Cogitatio) en is de spiegel van het menselijk lichaam. Het is geen onafhankelijke ziel die uit zichzelf door de lucht zweeft; het is als een centrale software die tegelijkertijd de affecten, verlangens en veranderingen van het lichaam waarneemt en dienovereenkomstig ideeën genereert. Omdat het zichzelf en het lichaam alleen door affecten voelt, is het vanaf het begin nogal vatbaar voor onvolledige kennis (waanbeelden, illusies). Het bezit echter ook een zeer waardevol instrument dat deze passiviteit kan overwinnen: het gebruik van adequate ideeën — dat wil zeggen de rede — om sensaties om te zetten in heldere, causale concepten, wat betekent 'de waarheid kennen'.
Het werd in het leven geroepen door de eeuwige substantie. Het kent het menselijk lichaam vanaf het allereerste moment (conjunctie) en begeleidt zijn avontuur naarmate de complexe chemie van het lichaam vordert. Van de wazigheid van jeugdherinneringen in zijn verleden tot de logische volwassenheid die door ervaring is bereikt, heeft het als het ware een bibliotheek gecreëerd door alle lichamelijke/externe veranderingen die een persoon ondergaat, om te zetten in ideeën.
Het heeft geen ruimtelijke/fysieke vorm of uiterlijk. Het kan niet worden gemeten in gewicht of vorm; het bestaat uitsluitend als een poel van overpeinzing en een neuro-filosofisch netwerk binnen de stroom van 'tijd en causaliteit'.
İnsan Bedeni
Zijn onafscheidelijke, eeuwige tweelinghelft waarvan het nooit gescheiden kan worden, waarbij de een uitgebreidheid is en de ander een intellectuele extensie.
René Descartes
Het vormt filosofisch het grootste verzet tegen de cartesiaanse illusie die de geest ziet als een van het lichaam onafhankelijk heersertje, gezeten op een troon in de zogeheten pijnappelklier.