God of Natuur is de enige en absolute Substantie waarop Spinoza's ethiek is gebouwd. Het is absoluut niet het antropomorfe scheppingsmechanisme dat door traditionele religies wordt beschreven en dat boos wordt, genade toont of een wil bezit. Alles wat bestaat bestaat uit Hem; Hij en alleen Hij is de oorzaak van Zijn eigen bestaan (Causa Sui). Hij heeft oneindige attributen, waarvan de voornaamste Uitgebreidheid en Denken zijn, en oneindige manifestaties van Zijn attributen. Elke gebeurtenis, elk object en elke gedachte in de wereld en in onze geest is een modus die voortkomt uit deze oneindige attributen van Hem. In Hem werkt alles met oneindige noodzakelijkheid; geluk, doel of bovennatuurlijke toevalligheden kunnen in Zijn orde niet bestaan. Dat Hij vrij is, is enkel te danken aan het feit dat Hij Zichzelf dwingt volgens de wetten van Zijn eigen natuur. Binnen de cirkel van de Ethica is God de zuiverste rationele perceptie, en het plezier dat uit Hem wordt afgeleid, is de krachtigste emotie die de mensheid naar blijvende wijsheid en verlichting leidt.
Hij heeft geen geschiedenis of 'moment van creatie'. 'Tijd' is een kunstmatige grens die mensen rond Zijn bestaan hebben geconstrueerd. Toch bepaalt Hij Zichzelf eeuwig buiten tijd en ruimte, zonder begin of einde. Hoewel wordt aangenomen dat Zijn natuur via wonderen en openbaringen in religieuze teksten wordt begrepen, komen al deze percepties van wonderen in Spinoza's universum alleen voort uit het onvermogen van de onwetenden om deze absolute perfectheid in natuurwetten te vatten.
Het heeft geen fysiek lichaam (een antropocentrische vorm), maar is zichtbaar in de stroom van de zeeën in de natuur, de uitgestrektheid van de lucht, de rationele schoonheid van bewijzen in de meetkunde of de onwankelbare orde van een grasspriet die uit de grond omhoog komt (Uitgebreidheid). Elke vorm die in de natuur bestaat, is Zijn fysieke manifestatie.
Baruch Spinoza
Zijn filosoof, die Hem met filosofische argumenten probeerde te classificeren als de enige voor mensen begrijpelijke substantie en hiervoor zijn eigen gemeenschap tegen zich in het harnas joeg.
Özgür İnsan
De ideale afspiegeling die, doordat hij zijn hartstochten heeft overwonnen, zich dankzij rationele kennis in sereniteit hecht aan Zijn wezen (de substantie).
Köle / Bilgisiz İnsan
De blinde meute die Hem aanziet voor een toornige tiran en vervalt in valse vormen van aanbidding.