Kâmran, de zoon van Feride's tante in Istanboel, is een beleefde, knappe jongeman met een Europese opvoeding. Hoewel hij zielsveel van Feride houdt, bezwijkt hij tijdens een reis naar Europa voor zijn zwaktes en raakt hij intiem met een vrouw genaamd Münevver ('Sarı Çiçek'). Wanneer Feride hierachter komt en hem verlaat, stort Kâmran volledig in. Gedwongen door noodzaak en medelijden vanwege de ziekte van Münevver, trouwt hij met haar. Vele jaren lang verzorgt hij haar tijdens haar ziekte enkel uit gewetensnood, maar hij vergeet Feride nooit echt en lijdt constant onder verborgen wroeging.
Hij is een heer uit Beyoğlu die opgroeide in welvaart in Kozyatağı, grootgebracht in de luxe, en altijd makkelijk toegang had tot alles wat hij begeerde. Çalıkuşu is de enige moeilijke, maar tevens meest hartstochtelijke beproeving in zijn wereld.
In zijn twintiger jaren heeft hij een slank lichaam dat doet denken aan een jong meisje, krullend blond haar, heldergroene ogen die lijken op die van een slang of een kat, en een zeer lichte, ivoorwitte huid.
Feride
De ware en enige wederhelft van zijn ziel, zijn grootste en ogenschijnlijk onherstelbare verlies.
Müjgân
Zijn nicht en toevluchtsoord, die probeert te bemiddelen en die oordelend maar eerlijk tegen hem is.
Münevver
Zijn echtgenote met de bijnaam 'Gele Bloem', met wie hij in Europa een affaire had en uit plichtsbesef trouwde.