Een Nederlandse weduwe die verbleef in het pension waar Raif Efendi in Berlijn woonde. Ze is een wellustige vrouw met een voorliefde voor seksuele verlangens. Ze probeert Raif te verleiden en naar zich toe te trekken; op oudejaarsavond maakt ze misbruik van een dronken moment door hem op een opdringerige manier te kussen, wat tot een scène leidt omdat het gebeurt in het bijzijn van Maria Puder. Aan het eind van het boek wordt onthuld dat ze met Herr Döppke trouwde, naar Praag verhuisde en het nieuws van Maria's dood aan Raif doorgaf terwijl ze door Ankara reisde.
Een pensiongast van middelbare leeftijd die haar man heeft verloren en als weduwe in Berlijn de genoegens van het leven probeert te proeven en een nieuwe echtgenoot zoekt.
Een mollige weduwe van in de dertig met hartstochtelijke gebaren en enigszins slordige kleding, die als vulgair beschouwd zou kunnen worden. (Jaren later een nog dikkere, grove, oude vrouw.)
Maria Puder
Haar familielid over wie ze roddelt en aan wier ondergang ze een vreemd, hatelijk genoegen beleeft.
Raif Efendi
De schuchtere jongeman die ze onder druk probeerde te zetten om haar minnaar te worden.