Een man die zich als de schaduw van Van Tricasse voortbeweegt, even traag, besluiteloos en zwijgzaam als hij. Een vooraanstaand ambtenaar van de stad die er tien jaar over zou doen om elk besluit samen met de burgemeester te toetsen. Gedurende het proces dat begon met het verlichtingsproject van de stad en uitmondde in sociale waanzin, begint de provocerende, twistzieke figuur die jarenlang in hem onderdrukt was, naar boven te komen. Uiteindelijk raakt hij volledig losgeslagen tot het punt waarop hij in de toren een gevecht waarbij haren worden uitgetrokken aangaat met de burgemeester.
Hij heeft vele jaren in de stad Quiquendone meegemaakt en heeft als raadslid als een onafscheidelijk onderdeel van het burgemeesterskantoor gediend. Hij heeft een zoon genaamd Frantz.
Rondborstig, met een sereen postuur dat waarschijnlijk te danken is aan zijn kalme inborst; een personage dat tijdens het lopen in de regen, sneeuw of duisternis de kraag van zijn pandjesjas omhoog doet, oversized handschoenen van schapenvacht draagt en een reusachtige paraplu met een haakvormig handvat bij zich heeft.
Van Tricasse
Zijn chef en vriend met wie hij zijn hele leven op harmonieuze voet heeft gestaan. Het conflict tussen hen zorgt voor de meest absurdistische komische momenten van de tekst.
Frantz Niklausse
Zijn zoon, die hij binnen zijn eigen rustige orde ziet als een erfgenaam, terwijl hij met trots (?) toekijkt hoe zijn zoon de oorlog in wordt gezogen.