Een intelligente Thebaanse filosoof die diepgaand discussieert met Socrates over het argument voor de onsterfelijkheid van de ziel. Hij wordt beïnvloed door pythagoreïsche doctrines. Op het kritieke moment van de gebeurtenis ontketent hij een filosofische crisis door te beweren dat de ziel slechts een 'harmonie' tussen de elementen van het lichaam zou kunnen zijn, en dat bij het vergaan van het lichaam de ziel (de harmonie) dus ook verbroken zou worden.
Hij kwam vanuit Thebe naar Athene en werd een van de studenten van Philolaus, na uitgebreid te hebben nagedacht over sofisten en filosofische argumenten.
Er worden geen specifieke kenmerken in de tekst gegeven, maar hij wordt gepresenteerd als een krachtig en intellectueel persoon behorend tot de generatie van jongvolwassenen.
Kebes
Gesprekspartner met wie hij ideeën deelt en die hij in discussies steunt.
Sokrates
Zijn gerespecteerde leermeester en metgezel, die hij desondanks filosofisch het vuur na aan de schenen durft te leggen.