Een legendarische Atheense filosoof die in de 5e eeuw v.Chr. leefde en de filosofie van de hemel naar de aarde bracht, met de focus op moraal en menselijk gedrag. Hij negeerde al zijn rijkdom, status en fysiek comfort om mensen uit te nodigen recht te denken en hun ziel te voeden met deugdzaamheid. Hij beschouwde zichzelf nooit als een 'leraar'; hij was slechts een eeuwige student die de waarheid zocht in de status van een 'horzel'. Hij werd ter dood veroordeeld in een rechtbank waar hij terechtstond op beschuldiging van het niet geloven in de goden van de stad en het bederven van de jeugd. Uit respect voor de wetten weigerde hij te vluchten.
In het verleden diende hij als soldaat (hoplit) in het leger bij Potidaea, Amphipolis en Delium, en stond hij bekend om zijn moed. Hij boog nooit voor enig bevel dat hij onrechtvaardig achtte, ook niet tijdens de periode van de oligarchische 'Dertig' in Athene. Uitgeroepen tot de 'wijste van allen die weten' door het Orakel van Delphi, volgde hij deze profetie en bewees hij dat hij alleen wijs was omdat hij zich bewust was van zijn eigen onwetendheid.
Door het hele werk heen wordt hij afgeschilderd als arm en bejaard (70 jaar oud), volledig ontdaan van enige lichamelijke versiering of praal; hij is op blote voeten en draagt littekens op zijn benen van het geketend zijn in de gevangenis, maar hij interpreteert het genot achter deze pijn vanuit een filosofisch perspectief.
Kriton
Zijn oudste en trouwste vriend, wiens genegenheid hij in evenwicht brengt met de rede.
Meletos
Zijn aanklager, die hij vernedert door hem tot een filosofische nulstand te reduceren.
Phaidon
Zijn leerling, wiens jonge geest hij doordrenkt met filosofie en voor wie hij een diepe genegenheid voelt.
Simmias
Zijn discussiepartner, wiens lastige vragen hij met genoegen verwelkomt en waarin hij intellectuele voldoening vindt.